Primeur op Prinsjesdag: Maxime Prévot uitgenodigd voor opening Nederlands parlementair jaar

Vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot woont dinsdag 15 september Prinsjesdag bij in Den Haag, op uitnodiging van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen. Ook zijn Luxemburgse ambtgenoot Xavier Bettel is aanwezig. Het is de eerste keer dat buitenlandse ministers worden uitgenodigd voor dat belangrijke moment in het Nederlandse politieke jaar. Meer dan alleen een symbolisch gebaar toont de uitnodiging de wil van de drie landen om de Benelux een nieuwe politieke dynamiek te geven, op een moment waarop nauwere samenwerking tussen buurlanden ook de concurrentiekracht en slagkracht van Europa kan versterken.

Prinsjesdag is een van de belangrijkste momenten van het Nederlandse politieke jaar. Elke derde dinsdag van september spreekt koning Willem-Alexander de Troonrede uit voor de verenigde Kamers van het parlement en opent hij officieel het nieuwe parlementaire jaar. De regering stelt die dag ook haar prioriteiten en begroting voor het komende jaar voor.

Met de tweehonderdste verjaardag van België in zicht heeft de aanwezigheid van een Belgische minister op Prinsjesdag bovendien een bijzondere symbolische betekenis. Ze illustreert hoe nauw België en Nederland vandaag met elkaar verbonden zijn.

Voor minister Prévot gaat de betekenis van de uitnodiging dan ook veel verder dan het protocol. “Onze geschiedenis en onze geografie verbinden ons, maar het zijn vooral de keuzes die we vandaag maken die onze relatie zo sterk maken. In een wereld waarin de machtsverhoudingen verharden, is het essentieel om overal ter wereld partnerschappen uit te bouwen. Maar dat begint ook bij onze buren. Er zijn weinig landen die politiek, economisch en menselijk zo nauw met elkaar verbonden zijn als België en Nederland.”

Na Prinsjesdag reizen Maxime Prévot, Xavier Bettel en Tom Berendsen samen door naar IJsland en Noorwegen voor een gezamenlijke Benelux-werkmissie.

Die opeenvolging van afspraken moet helpen om de Benelux een nieuwe politieke impuls te geven. Nederland is dit jaar voorzitter van de Benelux Unie. België neemt in 2027 de fakkel over. Minister Prévot wil dat toekomstige Belgische voorzitterschap aangrijpen om samen met Nederland en Luxemburg nieuwe, concrete initiatieven te nemen, onder meer om de concurrentiekracht van de drie economieën te versterken en resterende obstakels tussen de landen weg te werken.

Voor burgers is die samenwerking heel tastbaar: ze moet ervoor zorgen dat grenzen zo weinig mogelijk een hinderpaal vormen voor wie in een buurland werkt, studeert, reist of onderneemt. De drie landen kunnen ook nauwer samenwerken rond veiligheid, energie, mobiliteit en economie. Dat zijn uitdagingen die nu eenmaal niet stoppen aan de grens.

De Benelux heeft historisch vaak als laboratorium voor de Europese samenwerking gefungeerd: de drie landen ontwikkelden samen oplossingen die vervolgens op Europees niveau werden toegepast. Die bijzondere rol wordt zelfs erkend in de Europese verdragen. Artikel 350 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt expliciet dat België, Nederland en Luxemburg hun regionale samenwerking verder kunnen verdiepen wanneer de doelstellingen daarvan niet door de toepassing van de Europese verdragen worden bereikt. Zo kan de Benelux zijn rol als laboratorium blijven spelen: met drie vooruitgang boeken waar dat een meerwaarde biedt, en zo vervolgens ook Europa als geheel vooruithelpen.

“We zijn drie middelgrote landen met open economieën en met dezelfde wil om een internationale orde te verdedigen die gebaseerd is op samenwerking. De Benelux mag niet alleen een erfenis zijn waar we trots op zijn. Het moet ook vandaag een politiek instrument zijn. Samen kunnen we initiatieven nemen, onze concurrentiekracht versterken en Europa mee in beweging brengen”, aldus minister Prévot.

De deelname aan Prinsjesdag, onmiddellijk gevolgd door de gezamenlijke missie naar IJsland en Noorwegen, past binnen die ambitie: de kracht van onze samenwerking als buurlanden beter benutten om onze slagkracht in Europa en daarbuiten te vergroten.

“Europa bouw je ook tussen buurlanden. Net omdat we elkaar zo goed kennen, moeten we blijven zoeken naar wat we nog meer samen kunnen doen”, besluit minister Prévot.