Maxime Prévot met Benelux-collega’s naar Noorwegen en IJsland: “Wat daar gebeurt, raakt rechtstreeks aan onze veiligheid en energie”
Vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot trekt van 15 tot 17 september samen met zijn Nederlandse collega Tom Berendsen en de Luxemburgse minister Xavier Bettel naar Noorwegen en IJsland. De gezamenlijke Benelux-missie, georganiseerd door Nederland als huidig voorzitter van de Benelux-Unie, staat in het teken van thema’s die steeds belangrijker worden voor de veiligheid en welvaart van Europa: de veiligheid in het Noordpoolgebied en de Noord-Atlantische Oceaan, energie, hybride dreigingen, defensie, de Europese strategische autonomie en de relaties met twee van de nauwste partners van de Europese Unie.
De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne heeft de veiligheidsomgeving in het noorden van Europa grondig veranderd. De bescherming van kritieke infrastructuur, onderzeese kabels en onze energievoorziening, maar ook toegang tot de ruimte en satellieten, zijn intussen uitdagingen die onze burgers en economie rechtstreeks raken.
Volgens minister Prévot dwingt die evolutie ons ook anders te kijken naar een regio die vanuit België misschien ver weg lijkt: “Noorwegen en IJsland staan veel dichter bij ons dagelijks leven dan we denken. Via de Europese Economische Ruimte zijn beide landen nauw verweven met onze markten. Een deel van onze energie komt uit het noorden, cruciale infrastructuur voor onze communicatie loopt door deze regio en zowel het Noordpoolgebied als de Noord-Atlantische Oceaan zijn van strategisch belang geworden voor onze veiligheid. Wat daar gebeurt, raakt ons rechtstreeks.”
Dat de drie landen hiervoor samen optrekken in Benelux-verband, is geen toeval. België, Nederland en Luxemburg zijn drie buurlanden die openstaan voor de wereld en waarvan economie en samenleving nauw met elkaar verweven zijn. De Benelux was en blijft een proeftuin voor de Europese samenwerking. Door samen op te treden kunnen de drie landen meer gewicht in de schaal leggen, Europa dichter bij belangrijke partners brengen en gezamenlijke belangen verdedigen die ver over onze grenzen heen reiken.
Noorwegen: van onze energievoorziening tot veiligheid in het Noordpoolgebied
De missie begint in Noorwegen en vormt een rechtstreeks vervolg op het staatsbezoek van de Koning en de Koningin in maart, waaraan minister Prévot deelnam. Dat bezoek gaf de strategische relatie tussen beide landen een nieuwe impuls, onder meer op het vlak van energie, defensie en economische veiligheid. Zes maanden later is het de bedoeling om dat momentum vast te houden en om te zetten in steeds concretere samenwerking. In de huidige geopolitieke context is Noorwegen immers strategischer dan ooit voor België en Europa.
De energieband tussen beide landen maakt dat heel tastbaar. Elk jaar komt via de onderzeese Zeepipe-pijpleiding rechtstreeks in Zeebrugge een hoeveelheid Noors gas aan die vergelijkbaar is met het totale jaarlijkse gasverbruik van België. Een belangrijk deel daarvan stroomt vervolgens verder naar onze buurlanden. België is zo een strategische toegangspoort voor Noors gas naar de rest van Europa.
In Oslo spreken de drie ministers met hun Noorse collega Espen Barth Eide. Op de agenda staan onder meer de veiligheid in het Noordpoolgebied, hybride dreigingen en de bescherming van kritieke infrastructuur, Oekraïne, defensiesamenwerking, energie en de relaties tussen Noorwegen en de Europese Unie.
Volgens minister Prévot vraagt de nieuwe veiligheidscontext meer verantwoordelijkheid van Europa, zonder Europa tegenover het Atlantisch bondgenootschap te plaatsen: “We moeten onze eigen veiligheid meer in handen nemen: investeren, onze capaciteiten versterken en bereid zijn meer verantwoordelijkheid te dragen. Een sterker Europa dat binnen de NAVO ten volle zijn rol opneemt, betekent ook een sterker bondgenootschap en een evenwichtigere trans-Atlantische relatie.”
Na een briefing over veiligheid en defensie gaan de ministers in Oslo ook in gesprek met studenten en experts over de evolutie van het Europese buitenlands en veiligheidsbeleid tegen de achtergrond van de oplopende spanningen in het Noordpoolgebied.
Vervolgens reist de delegatie naar Andøya, in het noorden van Noorwegen. Het eiland is uitgegroeid tot een van de strategische knooppunten van Noorwegen voor ruimtevaart en defensie. Een militaire luchtmachtbasis, een lanceerbasis voor ruimtevaart, satellietactiviteiten en defensiecapaciteiten komen er samen. De drie ministers bezoeken verschillende installaties om zich een beeld te vormen van het groeiende belang ervan voor de Europese veiligheid.
Het bezoek komt bovendien op een bijzonder moment. Enkele dagen eerder vond vanaf Andøya de eerste succesvolle lancering naar een baan om de aarde vanaf het Europese vasteland plaats. Een belangrijke stap in de Europese ambitie om over een eigen toegang tot de ruimte te beschikken.
Andøya toont volgens minister Prévot hoe breed het begrip veiligheid intussen is geworden: “Onze veiligheid speelt zich niet langer alleen af op het land, op zee of in de lucht. Zonder satellieten zijn er geen beveiligde communicatienetwerken, geen efficiënte navigatie of observatie. Zelf toegang hebben tot de ruimte en die kritieke technologieën beheersen, is ook een kwestie van Europese veiligheid en autonomie.”
IJsland: keuze van de Ijslanders respecteren en de banden met Europa zo nauw mogelijk houden
Vanuit Andøya reist de delegatie rechtstreeks door naar IJsland, enkele weken na het referendum van 29 augustus over de vraag of de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie opnieuw moesten worden opgestart.
52,8 procent van de IJslanders stemde tegen het hervatten van die onderhandelingen, tegenover 47,2 procent die ze wel opnieuw wilde opstarten. Voor minister Prévot is het uitgangspunt duidelijk: die democratische keuze is aan de IJslanders en moet volledig worden gerespecteerd. Het is niet aan België of de Europese Unie om IJsland voor te schrijven welke institutionele relatie het met de EU moet onderhouden.
Tegelijk toont de uitslag hoe sterk het Europese debat in IJsland blijft leven. Bijna de helft van de kiezers wilde de onderhandelingen heropenen. Bovendien behoort IJsland vandaag al tot de partners die het nauwst met de Europese Unie verbonden zijn.
“De IJslanders hebben hun keuze gemaakt en die moeten we ten volle respecteren. Europa hoeft geen lessen te geven en moet zich niet in dat debat mengen. Maar tegelijk wilde bijna één op twee IJslanders de onderhandelingen met de Europese Unie heropenen. Ook dat signaal mogen we niet negeren. IJsland staat vandaag al bijzonder dicht bij ons. Het is aan ons om die band zo sterk mogelijk te houden en verder uit te bouwen waar we dezelfde belangen delen”, benadrukt minister Prévot.
Die relatie staat centraal in de gesprekken met premier Kristrún Frostadóttir en minister van Buitenlandse Zaken Þorgerður Katrín Gunnarsdóttir. Ook de trans-Atlantische relatie, Oekraïne, de veiligheid in het Noordpoolgebied en de Noord-Atlantische Oceaan, energie en klimaat staan op de agenda.
Van geothermische energie tot veiligheid in de Noord-Atlantische Oceaan
Ook in IJsland legt het programma de link tussen de grote geopolitieke uitdagingen en hun heel concrete gevolgen.
De ministers bezoeken de geothermische centrale van Hellisheiði, een van de grootste ter wereld. Ze maken er ook kennis met Carbfix, dat een technologie ontwikkelt om CO₂ door mineralisatie permanent in gesteente op te slaan. Energie, de klimaattransitie en de ontwikkeling van technologieën die Europa minder afhankelijk kunnen maken, staan tijdens het bezoek centraal.
De missie eindigt op de luchtmachtbasis van Keflavík, een strategische locatie voor de bewaking van de Noord-Atlantische Oceaan en de verdediging van het NAVO-luchtruim. Voor België is de link heel concreet: nog deze zomer werden vier Belgische F-16’s vanuit Keflavík ingezet voor de NAVO-luchtbewakingsmissie en droegen ze rechtstreeks bij aan de bescherming van het IJslandse luchtruim.
Volgens minister Prévot vat die Belgische aanwezigheid ook de politieke betekenis van de missie samen: “Wanneer Belgische F-16’s het IJslandse luchtruim beschermen, dragen ze ook rechtstreeks bij aan onze eigen veiligheid. Dat is solidariteit tussen bondgenoten: iedereen neemt zijn deel van de verantwoordelijkheid. Noorwegen en IJsland zijn geen lid van de Europese Unie, maar hun toekomst is nauw verbonden met de onze. In de wereld van vandaag is het in ons belang om die partners zo dicht mogelijk bij ons te houden.”t.