Maxime Prévot verdedigt het Belgische mensenrechtenrapport bij de Verenigde Naties

Vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot vertegenwoordigt België vandaag in Genève. België wordt er voor de vierde keer doorgelicht door de andere lidstaten van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in ons land. Dat gebeurt via het Universeel Periodiek Onderzoek (UPR), een mechanisme van de VN-Mensenrechtenraad. De dialoog duurt meer dan drie uur. In 2021 aanvaardde België 251 aanbevelingen. Het rapport dat vandaag voorligt, toont wat daar sindsdien mee gebeurd is.

“Mensenrechten zitten in het DNA van ons land. We vragen andere landen om hun burgers goed te behandelen. Dan moeten we bereid zijn om ons eigen rapport op tafel te leggen en eerlijk te zeggen wat goed gaat en wat beter moet. Dat is precies wat we vandaag doen”, verklaart minister Prévot.

Hoe werkt het UPR?

Het UPR is geen rechtbank. Het is een dialoog tussen gelijken, gebaseerd op één uitgangspunt: geen enkel land heeft een vlekkeloos mensenrechtenrapport, en iedereen kan vooruitgang boeken. Alle 193 VN-lidstaten komen om de vijf jaar aan de beurt, op voet van gelijkheid. België werd eerder doorgelicht in 2011, 2016 en 2021.

De evaluatie steunt op drie rapporten: het nationale rapport van België zelf, een rapport van het VN-Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten, en een bundeling van bijdragen van stakeholders. Het Belgische rapport is het resultaat van samenwerking tussen alle entiteiten, federaal en gefedereerd, en werd in december 2025 voorgelegd aan de stakeholders bij de FOD Buitenlandse Zaken. Echt teamwerk, met respect voor ieders bevoegdheden.

Waar heeft België vooruitgang geboekt?

Het rapport bestrijkt een brede waaier aan thema's waarop België sinds 2021 stappen heeft gezet.

In de strijd tegen racisme en discriminatie hebben alle beleidsniveaus actieplannen aangenomen of versterkt. De drie federale antidiscriminatiewetten werden doorgelicht door een onafhankelijke commissie van twaalf experts. Dat leidde tot concrete wetswijzigingen. In januari 2024 ging een interfederaal coördinatiemechanisme tegen antisemitisme van start. In oktober 2024 trad de Brusselse Gelijkheidscode in werking.

In de strijd tegen gendergerelateerd geweld zijn nu tien Zorgcentra na Seksueel Geweld operationeel. Hun werking en financiering zijn bij wet vastgelegd. In 2023 keurde het parlement een specifieke wet goed tegen feminicide. Het hervormd seksueel strafrecht plaatst toestemming centraal.

Op justitievlak heeft België het Strafwetboek hervormd. Gevangenisstraf geldt voortaan als laatste redmiddel. Rechters moeten uitdrukkelijk motiveren waarom zij toch een gevangenisstraf opleggen. Binnen het Federaal Instituut voor de bescherming en bevordering van de mensenrechten is een preventiemechanisme tegen foltering opgericht, met vrije en onaangekondigde toegang tot alle federale plaatsen van vrijheidsbeneming. Er is geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur: het gevangenisdorp van Haren, transitiehuizen en detentiehuizen.

Op het vlak van asiel is er een nieuwe verblijfsprocedure voor staatlozen. Het verbod op detentie van gezinnen met minderjarige kinderen in gesloten centra is wettelijk verankerd.

Voor personen met een handicap staat het recht op volledige inclusie nu in de Grondwet (artikel 22ter). De Interfederale Handicapstrategie 2022–2030 coördineert het beleid over alle bestuursniveaus heen.

Eerlijk over wat beter moet

België legt vandaag niet alleen zijn verwezenlijkingen op tafel, maar ook de dossiers waar verdere vooruitgang nodig is. Die openheid hoort bij de oefening.

De overbevolking in de gevangenissen blijft een ernstig probleem. Er zijn meer dan 13.000 gedetineerden voor ongeveer 11.000 plaatsen. Nieuwe infrastructuur en de hervorming van het Strafwetboek zijn een begin, maar een structurele oplossing vergt tijd. Een expertencommissie werkt aan een plan tegen 2028.

De formele ratificatie van het OPCAT-protocol, dat preventieve bezoeken voorziet in alle instellingen waar mensen van hun vrijheid beroofd zijn, is nog hangende. Op federaal niveau is het preventiemechanisme operationeel, maar de uitbreiding naar alle bestuursniveaus vraagt nog verdere afstemming.

De doelstelling om 0,7 % van het bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking te besteden wordt niet gehaald. De huidige budgettaire context weegt op die ambitie. Het regeerakkoord voorziet in een geleidelijke vermindering van het budget.

Discriminatie op de arbeidsmarkt en de huisvestingsmarkt blijft hardnekkig, ondanks de versterkte wetgeving en actieplannen. De vertaling van juridische instrumenten naar verandering op het terrein is een werk van lange adem.

De instroom in de Zorgcentra na Seksueel Geweld blijft stijgen. Het wettelijk kader is er, maar de doorvertaling naar voldoende opvang, begeleiding en daadwerkelijke vervolging blijft een werkpunt.

“België heeft geen perfect rapport. Geen enkel land heeft dat. Maar we nemen onze engagementen ernstig. We hebben concrete stappen gezet op het vlak van discriminatie, gendergerelateerd geweld, detentie en de rechten van personen met een handicap. En we zijn eerlijk over waar het nog tekortschiet. Dat is geen zwakte. Het is juist dankzij die eerlijkheid dat onze stem op het internationale toneel geloofwaardig is”, voegt minister Prévot toe.

Praktische informatie

Het Universeel Periodiek Onderzoek van België vindt plaats op 6 mei 2026 in Genève, binnen de Mensenrechtenraad. Na afloop wordt door het secretariaat van de Verenigde Naties een rapport opgesteld met alle geformuleerde aanbevelingen. De Mensenrechtenraad zal in september dat rapport ontvangen. België kan de aanbevelingen aanvaarden of verwerpen.

België is zelf bijzonder actief in het UPR-mechanisme: tijdens deze vierde cyclus richtte het al vragen en aanbevelingen aan 125 landen.

De dialoog is live te volgen via de livestream van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten: ohchr.org/upr. De documenten zijn beschikbaar op ohchr.org/upr/be-index.