Maxime Prévot moderniseert de consulaire bijstand voor Belgen in het buitenland

Van de covidcrisis tot de recente repatriëringen uit het Midden-Oosten: de voorbije jaren hebben duidelijk gemaakt hoe essentieel het is dat Buitenlandse Zaken snel en doeltreffend kan optreden om Belgen in het buitenland te helpen in uitzonderlijke, soms gevaarlijke omstandigheden. Om die consulaire bijstand beter af te stemmen op de realiteit van vandaag, heeft de ministerraad vandaag het voorontwerp van wet goedgekeurd waarmee vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot het Consulair Wetboek moderniseert.

Voor de meeste Belgen is de consulaire dienstverlening immers het gezicht van onze diplomatie. De hervorming moet die dienstverlening duidelijker, flexibeler en digitaler maken, en tegelijk zorgen voor een beter leesbaar kader voor bijstand in nood- en crisissituaties.

Consulaire bijstand heeft betrekking op zeer concrete situaties: Belgen die in het buitenland hun paspoort verliezen, een geboorte of overlijden moeten aangeven, een document laten legaliseren, met gerechtelijke vervolging of detentie te maken krijgen, of die in een noodsituatie plots op hun land rekenen. Het gaat ook om veel zwaardere dossiers, wanneer Belgen moeten worden begeleid of geëvacueerd uit conflictzones of andere crisissituaties.

“De voorbije jaren hebben nogmaals aangetoond dat consulaire bijstand een kerntaak van de overheid is. Wanneer Belgen in het buitenland in moeilijkheden verkeren, moeten onze diensten snel, duidelijk en efficiënt kunnen optreden. Met deze hervorming trekken we lessen uit recente crisissen en moderniseren we een wetgeving die niet langer volledig aansloot bij de realiteit op het terrein”, aldus minister Prévot.

Lessen uit crisissen én uit het dagelijkse werk

De hervorming steunt op de ervaring die de voorbije jaren is opgebouwd, toen onze ambassades, consulaten en de administratie in Brussel herhaaldelijk onder grote druk hebben moeten werken. Zowel tijdens de covidcrisis als bij de recente repatriëringen uit het Midden-Oosten werd duidelijk dat België nood heeft aan een helder, modern en operationeel consulair kader. Tegelijk maakten die crisissen duidelijk dat ook de verantwoordelijkheden van de overheid en die van de burgers beter moeten worden afgebakend.

Maar deze hervorming gaat niet enkel over uitzonderlijke crisissituaties. Ze heeft ook betrekking op het dagelijkse werk van de consulaire diensten, die Belgen in het buitenland elke dag begeleiden bij administratieve stappen. Net daar botste de huidige wetgeving steeds vaker op haar grenzen. Het bestaande Consulair Wetboek dateert van 2014. Sindsdien zijn de digitale mogelijkheden sterk geëvolueerd, zijn de verwachtingen van burgers veranderd en is gebleken dat de diensten meer flexibiliteit nodig hebben om snel en efficiënt te kunnen handelen.

Wat verandert er concreet voor de burgers?

De hervorming verandert niets aan de aard van de consulaire bijstand, maar maakt haar moderner en werkbaarder. Ze verduidelijkt in de eerste plaats de rol van de verschillende consulaire posten in het buitenland. Concreet betekent het bijvoorbeeld dat een burger die is ingeschreven bij een consulaat-generaal voortaan makkelijker administratieve hulp kan vragen bij andere consulaire posten die onder dat consulaat-generaal ressorteren.

Daarnaast voorziet de hervorming dat ook medewerkers van de centrale administratie van de FOD Buitenlandse Zaken in Brussel kunnen worden aangewezen als bevoegde consulaire ambtenaren. Dat klinkt technisch, maar de impact is groot: het maakt een betere continuïteit van de dienstverlening mogelijk wanneer een consulaire post tijdelijk gesloten is, en vergemakkelijkt de verdere ontwikkeling van digitale consulaire attesten.

Ook de regels inzake burgerlijke stand worden aangepast. Voor akten van de burgerlijke stand die door consulaire posten kunnen worden opgemaakt, wordt een soepeler en flexibeler kader voorzien, bijvoorbeeld in landen waar de lokale diensten tijdelijk niet of moeilijk functioneren. De termijnen voor de aangifte van geboorte en overlijden worden bovendien verlengd van dertig naar zestig dagen, zodat burgers meer tijd krijgen om de nodige documenten correct te verzamelen.

Verder zet de hervorming sterk in op digitale modernisering. De procedures voor legalisatie en verificatie van buitenlandse documenten worden geïntegreerd in een beveiligde elektronische workflow. Consulaire attesten zullen voortaan ook in elektronische vorm kunnen worden afgeleverd, met duidelijke waarborgen inzake authenticiteit, veiligheid en bewaring. Voor de burger betekent dat eenvoudigere en modernere administratieve stappen. Voor de administratie versterkt het de betrouwbaarheid van het systeem en de strijd tegen fraude.

Nood- en crisisbijstand: een helder kader over wat de overheid kan (en niet kan) doen

Een tweede belangrijk luik van de hervorming betreft de bijstand in crisissituaties. Voor het eerst definieert een afzonderlijk hoofdstuk duidelijk wat een consulaire crisis is en binnen welk juridisch en operationeel kader Buitenlandse Zaken kan optreden. Dat is cruciaal, aangezien dergelijke situaties vaak een uitzonderlijke inzet van personeel en middelen vereisen, in nauwe samenwerking met andere Belgische en internationale actoren.

Tegelijk verduidelijkt de hervorming wat burgers van de overheid mogen verwachten, maar ook wat tot hun eigen verantwoordelijkheid behoort.

De overheid zal steeds optreden wanneer een burger zich in een situatie bevindt waarin hij of zij zich redelijkerwijs niet zelfstandig kan redden, zoals bij een gewapend conflict, een natuurramp of een willekeurige detentie.

Daartegenover blijft het de verantwoordelijkheid van Belgen die naar het buitenland reizen of er verblijven om zich vooraf te informeren, redelijke voorzorgsmaatregelen te nemen en indien nodig een reisverzekering af te sluiten. Wie zich bewust blootstelt aan ernstig gevaar, reisadviezen negeert of geen enkele elementaire voorzorg neemt, kan geen aanspraak maken op dringende consulaire nood- of crisisbijstand.

Dat principe wordt nu expliciet en transparant in de wet verankerd, waar het tot nu toe vooral op praktijk berustte. Een burger kan van de overheid niet eisen dat die automatisch aanzienlijke publieke middelen inzet om een individuele situatie op te lossen die bewust werd gecreëerd tegen beter weten in. Dat de bijstand niet automatisch is, betekent evenwel niet dat er in geen geval hulp kan worden geboden. Dat blijft afhankelijk van de beoordeling van de concrete situatie.

Burgers zullen ook sterker worden aangemoedigd hun verblijf in het buitenland te melden via bestaande kanalen zoals Travellers Online. In crisissituaties kan dat een doorslaggevend verschil maken om sneller en gerichter te kunnen reageren.

Ook de veiligheid van het personeel krijgt meer aandacht. In crisissituaties moeten diplomaten en consulaire medewerkers soms werken in onstabiele, onvoorspelbare of zelfs gevaarlijke omstandigheden. De hervorming verduidelijkt daarom ook het kader waarbinnen de overheid zijn beschermingsplicht ten aanzien van hen invult.

“Deze hervorming maakt onze consulaire bijstand tegelijk duidelijker en eerlijker. Duidelijker, omdat burgers beter weten tot wie ze zich kunnen wenden en wat ze mogen verwachten. Eerlijker, omdat ze ook expliciet maakt dat consulaire bijstand geen onbeperkt recht is in alle omstandigheden en dat reizigers zelf ook verantwoordelijkheden hebben. Een moderne overheid helpt, maar zegt ook duidelijk wat hij kan doen en wat niet”, benadrukt minister Prévot.

Nog enkele stappen te gaan

Het voorontwerp van wet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Gegevensbeschermingsautoriteit en aan de Raad van State. Daarna zal het nog door het parlement worden besproken en goedgekeurd.

Met deze hervorming wil minister Prévot het Consulair Wetboek niet volledig heruitvinden, maar wel actualiseren: met meer flexibiliteit, meer digitale mogelijkheden en een duidelijker kader voor een opdracht die voor veel Belgen pas zichtbaar wordt op het moment dat ze er echt toe doet.