België presenteert vierde UPR voor VN-Mensenrechtenraad
πΊπ³ Vandaag heb ik België vertegenwoordigd in Genève tijdens zijn vierde Universal Periodic Review bij de United Nations Human Rights Council. Een proces waarbij het mensenrechtenrapport van elke VN-lidstaat wordt geëvalueerd door andere lidstaten. Alle 193 landen, op gelijke voet.
Sommigen vragen zich misschien af: waarom zou een land zich vrijwillig onderwerpen aan zo’n controle? Precies daarin ligt het belang. Open spreken over waar we tekortschieten is geen teken van zwakte, maar van vertrouwen in het systeem dat we mee hebben opgebouwd. Als we van anderen verwachten dat zij mensenrechten respecteren, moeten we bereid zijn onszelf aan dezelfde norm te houden.
Mensenrechten zitten in het DNA van België. De universaliteit, ondeelbaarheid en onderlinge verbondenheid van mensenrechten vormen de leidraad van alles wat we doen, zowel nationaal als internationaal. Deze evaluatie, gebaseerd op de opvolging van 251 aanbevelingen die in 2021 werden aanvaard, is hoe we engagement omzetten in verantwoordelijkheid.
In een wereld waarin het concept van universele rechten steeds meer onder druk staat, zijn oefeningen zoals de UPR belangrijker dan ooit.