Maxime Prévot start rondreis langs vijf landen in de Westelijke Balkan: “Hun Europese toekomst is ook de onze”
Vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot begint vandaag aan een werkbezoek van een week aan de Westelijke Balkan. Van 13 tot en met 18 april bezoekt hij Montenegro, Servië, Noord-Macedonië, Kosovo en Bosnië en Herzegovina. Het is de eerste brede rondreis in de regio van het hoofd van de Belgische diplomatie en een rechtstreeks kennismakingsmoment met vijf landen waarvan het Europese traject strategisch is voor de veiligheid van het hele continent.
De Westelijke Balkan is niet langer de Balkan van de jaren 1990. Het is een jonge, dynamische regio in volle transformatie, maar ook een regio waar spanningen blijven bestaan, waar de geopolitieke concurrentie toeneemt en waar de Europese belofte, die meer dan twintig jaar geleden werd gedaan, nog altijd wacht om ingelost te worden.
België steunt resoluut het Europese perspectief van die landen. Uitbreiding is een investering in de veiligheid en welvaart van Europa als geheel. Die steun gaat echter gepaard met duidelijke verwachtingen op het vlak van de rechtsstaat, justitiële hervormingen, de bestrijding van corruptie en regionale verzoening. Het proces blijft gebaseerd op verdienste.
“De Westelijke Balkan staat niet aan de poort van Europa. Ze ligt in Europa. Hun veiligheid is onze veiligheid, hun stabiliteit is onze stabiliteit. Sommige van de landen wachten al meer dan twintig jaar. We kunnen het ons niet veroorloven om hen opnieuw teleur te stellen, maar we verwachten van hen ook de moed om de nodige hervormingen door te voeren”, aldus minister Prévot.
België, een geëngageerde partner in de regio
België is geen verre toeschouwer in de Balkan. Belgische militairen dienen binnen de KFOR in Kosovo en EUFOR Althea in Bosnië en Herzegovina. Belgische bedrijven investeren in de regio, van BESIX in Montenegro tot METECH in Servië. En België heeft steeds een geloofwaardig en op verdienste gebaseerd uitbreidingsproces verdedigd.
Dit bezoek is ook een ontdekkingsreis. Minister Prévot wil niet alleen politieke leiders ontmoeten, maar ook het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven en actoren op het terrein. In Bosnië en Herzegovina zal hij onder meer Srebrenica bezoeken, een herdenkingsplaats die eraan herinnert waarom stabiliteit in de Balkan een vitale inzet blijft voor Europa.
Vijf landen, vijf etappes
Montenegro (13–14 april) – De minister ontmoet vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Ervin Ibrahimović, president Jakov Milatović en premier Milojko Spajić. Montenegro is de meest gevorderde kandidaat in het toetredingsproces. België prijst de volledige afstemming van het land op het buitenlands beleid van de EU en moedigt de voortzetting van de hervormingen inzake de rechtsstaat aan. De minister bezoekt ook het BESIX‑project in Lustica Bay.
Servië (14–15 april) – De minister heeft gesprekken met president Aleksandar Vučić en minister van Buitenlandse Zaken Marko Đurić. België wenst een constructieve relatie uit te bouwen, maar die moet steunen op vertrouwen en een gedeelde strategische visie op de veiligheid van het continent. De minister zal ook een werkkoffie houden met lokale ngo’s en een bezoek brengen aan het Belgische bedrijf METECH.
Noord‑Macedonië (15–16 april) – Dit is het eerste Belgische bezoek op hoog niveau sinds lange tijd, in het jaar waarin 140 jaar diplomatieke betrekkingen worden gevierd. De minister ontmoet minister van Buitenlandse Zaken Timčo Mucunski, premier Hristijan Mickoski en president Gordana Siljanovska‑Davkova. België moedigt Skopje aan om koers te houden op hervormingen en benadrukt het belang van goede nabuurschapsrelaties.
Kosovo (16–17 april) – De minister ontmoet minister van Buitenlandse Zaken Glauk Konjufca, waarnemend president Albulena Haxhiu en premier Albin Kurti. Hij zal pleiten voor de volledige naleving van het akkoord van Brussel/Ohrid, een essentiële voorwaarde voor elke Europese vooruitgang. Hij brengt ook een bezoek aan de vier Belgische militairen die binnen de KFOR dienen.
Bosnië en Herzegovina (17–18 april) – Laatste etappe in dit complexe en politiek fragiele land. De minister ontmoet het presidentschap, de voorzitter van de ministerraad Borjana Krišto en de hoge vertegenwoordiger Christian Schmidt. Hij bezoekt ook het Srebrenica‑memoriaal, een herinnering aan wat Europa nooit meer mag laten gebeuren. De minister ontmoet eveneens de commandant van EUFOR Althea, een missie waaraan België bijdraagt.