Maxime Prévot in Beiroet: “Libanon mag niet het vergeten nevenschade van dit conflict worden”
Vice‑eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot brengt vandaag een werkbezoek aan Beiroet, tegen de achtergrond van een Libanon in diepe crisis. Hij ontmoet er president Joseph Aoun, eerste minister Nawaf Salam, minister van Buitenlandse Zaken Youssef Raggi en parlementsvoorzitter Nabih Berri. De minister bezoekt ook een collectief opvangcentrum van het Libanese Rode Kruis en een centrum van de ngo Amel, een trouwe partner van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast dineert hij met de humanitaire coördinator van de Verenigde Naties en de commandant van UNIFIL.
Libanon betaalt een verschrikkelijke prijs. Meer dan 1.300 doden, onder wie 125 kinderen. Ruim 3.500 gewonden. Meer dan één miljoen ontheemden, bijna een vijfde van de bevolking. De Israëlische luchtaanvallen op Beiroet en het zuiden van het land nemen toe. De Israëlische grondoperatie - gepaard met de systematische vernietiging van dorpen, bruggen en infrastructuur - leidt tot de facto tot een bufferzone die de Libanese soevereiniteit onder druk zet.
De humanitaire situatie is ronduit alarmerend. 52 zorgverleners kwamen om het leven. 51 gezondheidscentra en vier ziekenhuizen zijn buiten gebruik. Scholen doen dienst als noodopvang. Hele gemeenschappen zijn afgesneden van hulp door verwoeste wegen en bruggen.
“Libanon mag niet het vergeten nevenschade van dit conflict worden. Achter de cijfers schuilen families die alles verloren hebben. Kinderen die niet langer naar school gaan. Een land dat zich nauwelijks recht hield en dat deze oorlog nu dreigt te doen instorten. Mijn aanwezigheid hier is bedoeld om dat aan te klagen en om de Libanese soevereiniteit te steunen. België is hier. En België blijft hier”, zegt minister Prévot.
Op het terrein: Rode Kruis en ngo Amel
De minister start zijn dag met een bezoek aan het collectieve opvangcentrum in het Camille Chamoun‑stadion, dat wordt beheerd door het Libanese Rode Kruis. Daar vinden honderden ontheemden onderdak. Vervolgens bezoekt hij een centrum van de ngo Amel, al jaren partner van de Belgische samenwerking. Amel beheert zes multisectorale centra verspreid over het land en biedt er gezondheidszorg, psychosociale steun, beroepsopleidingen en cashhulp aan. België financiert momenteel een project van één miljoen euro dat focust op de weerbaarheid van Syrische vluchtelingen en Libanese gastgemeenschappen.
Politieke gesprekken: soevereiniteit, ontwapening en de‑escalatie
In zijn gesprek met president Aoun, voormalig legerbevelhebber, benadrukt de minister de Belgische steun voor de nationale eenheid en voor de cruciale rol van de Libanese strijdkrachten. Met eerste minister Salam prijst hij de moedige stappen van de regering om militaire activiteiten van Hezbollah te verbieden en de beweging ertoe aan te zetten haar wapens over te dragen aan de staat. Tegelijk moedigt hij verdere economische en financiële hervormingen aan. In het overleg met parlementsvoorzitter Berri, een sleutelspeler en belangrijke gesprekspartner van Hezbollah, benadrukt de minister het belang van interne samenhang en van brede politieke steun voor directe onderhandelingen met Israël.
België herhaalt dat zowel de Israëlische militaire operaties in Libanon als de aanvallen van Hezbollah moeten stoppen. Israël moet de soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon volledig respecteren. Hezbollah moet ontwapenen in overeenstemming met de resoluties van de VN‑Veiligheidsraad. België steunt het moedige aanbod van de Libanese regering om directe onderhandelingen met Israël aan te gaan en roept op tot de volledige uitvoering van resolutie 1701.
UNIFIL: solidariteit na dodelijke aanvallen op blauwhelmen
Tijdens het diner met de commandant van UNIFIL betuigt de minister zijn solidariteit na de dood van Indonesische blauwhelmen, drie in twee dagen. België veroordeelt alle aanvallen tegen UNIFIL en benadrukt dat de veiligheid van vredeshandhavers onder alle omstandigheden moet worden gegarandeerd. De geplande terugtrekking van UNIFIL tussen december 2026 en december 2027 mag in geen geval leiden tot een veiligheidsvacuüm.
Belgische humanitaire inzet
België handelde al vanaf de eerste uren van de crisis. Sinds 2024 vertrokken drie B‑FAST‑zendingen. Dankzij het Belgische systeem van flexibele financiering konden humanitaire organisaties hulp verlenen nog vóór de lancering van het VN‑Flash Appeal. België droeg 3 miljoen euro bij aan het Lebanon Humanitarian Fund en verdubbelt zijn bijdrage voor 2026 met 2 miljoen euro extra. In totaal maakten de Belgische bijdragen aan flexibele fondsen zoals CERF, IFRC en WFP de snelle vrijmaking mogelijk van tientallen miljoenen dollar voor noodhulp.
Het bezoek volgt op de ondertekening van een gezamenlijke verklaring van zeventien landen, op initiatief van vice‑eersteminister Prévot namens België. De verklaring veroordeelt de escalatie in Libanon en roept alle partijen op de vijandelijkheden te staken. Ze pleit voor de‑escalatie, voor respect voor het internationaal humanitair recht en voor volledige en ongehinderde humanitaire toegang.